Zoeken
Menu
Zonneparken concurreren nauwelijks met voedselproductie Tekst: Mari van Lieshout, Beeld: Shutterstock

Grondgebonden zonneparken concurreren nauwelijks met de voedselproductie. Het beslag dat ze leggen op landbouwgronden is minimaal. Dat blijkt uit onderzoek door ECN, Universiteit Utrecht en TKI Urban Energy in opdracht van branchevereniging Holland Solar. Zonneparken hebben minder dan een half procent van het totale Nederlandse agrarische areaal nodig.

ECN, Universiteit Utrecht en TKI Urban Energy hebben berekend dat Nederland in 2030 ruim 20 petajoule zonnestroom kan produceren op slechts 35 vierkante kilometer agrarische grond. Dit betekent dat er in 2030 slechts 0,2 procent van de 20.350 vierkante kilometer totale Nederlandse agrarische areaal nodig is voor grondgebonden zonneparken. Op deze 35 vierkante kilometer kan ruim 6 gigawattpiek aan zonnepanelen opgesteld worden. De grondgebonden zonneparken moeten ruimtelijk en maatschappelijk ingepast worden in de omgeving. Daarom heeft Holland Solar eerder dit jaar samen met 27 partijen, waaronder de Natuur- en Milieufederaties en Natuur en Milieu, de Green Deal Participatie van de omgeving bij duurzame energieprojecten ondertekend. Centraal hierin staat het op het juiste moment en op de juiste manier betrekken van inwoners en andere belanghebbenden.

Nog veel potentieel op daken

Holland Solar blijft echter vooral een groot voorstander van benutting van Nederlandse daken van woningen en bedrijven voor zonne-energie. Vorig jaar introduceerde de branchevereniging de Zonneladder, een instrument dat de volgorde aangeeft waarin verschillende dak- en grondoppervlakten in Nederland aangewend moeten worden als het gaat om de realisatie van zonne-energieprojecten. De Zonneladder onderscheidt drie categorieën:

  • Categorie 1 daken: de daken van huizen, bedrijven en (semi-)overheidsinstellingen.
  • Categorie 2 verweesde gronden: bij deze gronden gaat het om dubbel ruimtegebruik zoals de overdekking van parkeerterreinen, zonnepanelen op waterbekkens en water zonder functie en de ruimte die beschikbaar is langs de Nederlandse infrastructuur zoals wegen, dijken en vliegvelden.
  • Categorie 3 tijdelijke gronden: gronden voor de industrie, de woningbouw of landbouw die tijdelijk – gedurende enkele tientallen jaren – kunnen worden aangewezen voor de realisatie van grondgebonden zonneparken.

Niet alle daken geschikt voor zonnepanelen. Wel is in Nederland is nog 600 vierkante kilometer dakoppervlak geschikt voor zonnepanelen, waarvan ruim 100 vierkante kilometer dakoppervlak van agrarische gebouwen. Als al deze agrarische daken benut zouden worden daar ook 16 gigawattpiek aan zonnestroomvermogen worden geplaatst, waardoor nog eens ruim 50 Petajoule aan zonnestroom kan worden opgewekt, stelt Holland Solar.

Snellere uitrol

Om de uitrol op daken te versnellen bepleit zonnebrancheorganisatie in de onderhandelingen over het Klimaatakkoord de invoering van een terugleversubsidie als opvolger van de salderingsregeling voor kleinverbruikers . Daarin zou de terugverdientijd van zeven jaar voor zonnepanelen gehandhaafd moeten blijven. Ook zou er een SDE+ regeling met gunstige voorwaarden voor dakgebonden zonnestroomsystemen moeten komen, een verbetering van de leasemogelijkheden voor zonnepanelen en een verplichting zonnepanelen te plaatsen bij nieuwbouw. 

Ook interessant